Borstvergroting

Te kleine en onderontwikkelde borsten:
Vroeg in de puberteit begint de borstontwikkeling. Deze wordt in gang gezet door een verhoging van de concentratie van vrouwelijke hormonen in het bloed. Waarom bij sommige meisjes de borsten klein blijven en bij andere groter worden, heeft vooral te maken met de gevoeligheid van de aanleg van de borst voor vrouwelijke hormonen. Ook hangt dit af van individuele en erfelijke factoren. De borst bestaat gedeeltelijk uit klierweefsel en gedeeltelijk uit vetweefsel. Bij te dikke vrouwen is het percentage vetweefsel in de borst in verhouding veel groter dan het percentage klierweefsel. Het is moeilijk te bepalen wat de normale of ideale grootte van de borst is. Dit hangt af van de lichaamsbouw en de persoonlijke voorkeur van de vrouw. In Europa wordt bij een normale lichaamsbouw over het algemeen een B-cup als normaal beschouwd, doch veel vrouwen zullen zich prettiger voelen met een C-cup. Te kleine borsten kunnen psychische en emotionele problemen bij de vrouwen veroorzaken. Er kan een gevoel van “minder vrouw zijn” en een minderwaardigheidsgevoel ontstaan, waardoor de vrouw zich kan gaan isoleren. Vooral in de zomer kan dit sterk tot uiting komen. Ook zijn er vrouwen die normale borsten hebben, doch graag om uiteenlopende redenen grotere borsten willen hebben.

De gang van zaken:
In de regel vindt de operatie plaats onder algehele narcose in dagverpleging. Zodra de arts heeft besloten dat u voor een operatie in aanmerking komt, kunt u zich laten inschrijven bij de receptie.

Voorbereiding:

  • Zorg voor voldoende nachtrust in de nacht voor de operatie.
  • Omdat u algehele narcose krijgt, dient u als u ’s morgens geholpen wordt nuchter naar de Reinaert Kliniek te komen. D.w.z. dat u vanaf 24.00 in de nacht voorafgaande aan de operatie niet meer mag eten, drinken en roken. Indien u ’s middags geholpen wordt mag u tot 07.00 uur een licht ontbijt gebruiken. D.w.z. een droog beschuitje met thee, water of appelsap (geen melkproducten en geen koffie).
  • Een klein slokje water om medicijnen in te nemen of tanden te poetsen is toegestaan.
  • Houdt u zich voor, tijdens en na de operatie zo veel mogelijk aan de aanwijzingen van het aanwezige deskundige team die voor u het verblijf in onze kliniek zo aangenaam mogelijk maken. Aarzel niet om vragen te stellen. Geef eventuele bijzonderheden (bijvoorbeeld koorts, verkoudheid of wondjes) op de dag voor de ingreep aan ons door.

Voor de operatie:

  • Het is van belang dat u de plastisch chirurg op de hoogte stelt van eventuele vroeger doorgemaakte ziekten en/of de medicatie die u op het moment gebruikt.
  • Het gebruik van antistollingstabletten of medicijnen die invloed hebben op de bloedingstijd (bijvoorbeeld Aspirine, Acetylsalicylzuur, Acetosal, Voltaren, Diclofenac, Brufen, Nurofen, Naproxen, Naprosine) dient u minstens 1 week voor de operatie te stoppen.

De prothese:
Bij de operatie worden siliconenprothesen gebruikt. Deze bestaan uit een siliconenomhulsel dat gevuld is. Sommige prothesen zijn alleen gevuld met water waarin een bepaalde hoeveelheid zout is opgelost, zodat de samenstelling lijkt op die van uw lichaamsvloeistof (dit heet een “fysiologische zoutoplossing”). Andere zijn gevuld met een soort siliconen-gel. Bij de nieuwere prothesen heeft het siliconenomhulsel een gekorrelde oppervlakte en bestaat de inhoud uit “cohesive”-gel. Tevens bestaan er verschillende vormen prothesen. Vroeger werden alleen ronde prothesen gebruikt. Tegenwoordig gebruikt men vooral “anatomische” of druppelvormige prothesen. Prothesen kunnen uiteraard nadelen hebben. In de paragraaf “Mogelijke complicaties” wordt hier nader op ingegaan. Samen met uw plastisch chirurg bespreekt u welke soort en vorm prothese voor u het meest geschikt is.

De operatie:
De prothesen worden ingebracht via een klein sneetje in de huid. Dit sneetje kan in de plooi onder de borst, in de oksel of rond de tepelhof worden gemaakt. De plastisch chirurg zal bepalen welke plaats de voorkeur heeft om het beste resultaat te kunnen bereiken. De prothesen worden of achter het borstweefsel van de patiënt geplaatst of achter de borstspier, zodat de prothese op de ribben rust. De plastisch chirurg zal, afhankelijk van de situatie bij de patiënt en zijn eigen voorkeur, bepalen waar de prothese geplaatst wordt.

Na de operatie:
In de meeste gevallen zult u alleen hechtpleisters op de wond hebben en geen verband. Soms zal de plastisch chirurg een pleisterverband of elastisch verband aanbrengen. Afhankelijk van de voorkeur van de plastisch chirurg en van de mate van bloeding kunnen, zoals reeds genoemd, slangetjes (drains) in het geopereerde gebied worden aangebracht. Deze wonddrains worden na ca. 2 dagen tijdens het spreekuur verwijderd. In de regel kunt u op de dag van de operatie ’s avonds weer naar huis. Wanneer zich thuis problemen voordoen zoals veel pijn, toenemende zwelling of spanning aan 1 kant, dient u contact op te nemen met de Reinaert Kliniek.

De eerste 2 weken na de operatie dient u streng te rusten en de volgende instructies op te volgen:

  • Niet tillen of bukken
  • Bovenarmen niet omhoog reiken
  • Uzelf niet met de armen opdrukken
  • Slapen op de rug met 2 kussens
  • Niet op de zij of op de buik slapen
  • Niet rennen, fietsen of andere sportactiviteiten beoefenen
  • Wandelen en geringe bewegingen met de armen zijn toegestaan.

Na 2 weken worden de hechtingen verwijderd. Daarna mag u geleidelijk beginnen met kleine werkzaamheden en ook autorijden. Na 4 weken mag u geleidelijk weer alle werkzaamheden en bewegingen uitvoeren, zoals alle sporten en zwaar lichamelijk werk.

Resultaten:

  • Omdat vlak na de operatie de huid en vooral de borstspier nog moet meerekken, zal de nieuwe borst in het begin nog niet zijn definitieve vorm hebben. Na enkele weken is de spier voldoende uitgerekt en zal de borst voller en fraaier zijn. De nieuwe borst ziet er natuurlijk uit en voelt soepel aan. De uiteindelijke vorm van de nieuwe borst hangt echter sterk af van de hoeveelheid en de vorm van uw eigen borstweefsel. Derhalve kan de nieuwe vorm nooit exact van tevoren voorspeld worden. Het is dan ook niet goed wanneer u zich fixeert op een foto, bijvoorbeeld uit een damesmagazine en aan de chirurg vraagt deze foto na te bootsen. Hierdoor kunnen teleurstellingen ontstaan.
  • De grootte van de nieuwe borst en van de prothese dient u van tevoren goed met de plastisch chirurg te overleggen. Hierbij geldt steeds dat het resultaat een verbetering zal zijn en dat perfectie zelden wordt bereikt.
  • De aanwezigheid van een borstprothese is geen bezwaar bij een eventuele zwangerschap. Tijdens de zwangerschap zal het eigen borstweefsel in volume toenemen en na de zwangerschap kan ook normale borstvoeding worden gegeven.
  • Het gevoel in de huid en in de tepels blijft na een borstvergroting meestal normaal. In het begin kan tijdelijke verminderde gevoeligheid of overgevoeligheid van de tepels optreden. Dit is slechts tijdelijk.
  • Onderzoek naar borstkanker kan na een borstvergroting normaal worden uitgevoerd. Ook een mammografie kan worden uitgevoerd, alhoewel het maken en het beoordelen van deze röntgenfoto na een borstvergroting bemoeilijkt wordt.
  • Borstvergroting kan uw uiterlijk verfraaien en uw zelfvertrouwen verbeteren. Het kan echter nooit een wankele of verbroken relatie met een partner of echtgenoot herstellen.

Mogelijke complicaties:
Alhoewel de plastisch chirurg zijn uiterste best zal doen complicaties te vermijden, kunnen deze zich na elke operatie voordoen.
De meest voorkomende complicaties zijn:

  • Verdikking van het kapsel en kapselcontractuur. Hierbij vormt het lichaam een bindweefsellaag rond de prothese. Een dunne bindweefsellaag is normaal en treedt bij iedereen op. Indien de bindweefsellaag echter dik wordt en blijvend samentrekt zullen er klachten ontstaan. Kapselvorming merkt u doordat de borst harder, ronder en soms pijnlijk wordt. Door gebruik te maken van nieuwere prothesen met een gekorrelde oppervlakte, door plaatsing van de prothese achter de spier en door zorgvuldige operatietechniek zal de plastisch chirurg alles in het werk stellen om de kans op kapselvorming tot een minimum te beperken. Garanties kunnen echter nooit gegeven worden. Wanneer op een later tijdstip alsnog kapselvorming zou ontstaan, kan deze behandeld worden.
  • Een andere complicatie die soms optreedt is bloeduitstorting. Meestal zal de plastisch chirurg slangetjes (drains) in het geopereerde gebied aanbrengen, om wondvocht en bloed weg te zuigen. Niettemin kunnen rond de prothese tijdelijk blauwe plekken ontstaan.

Zeldzaam voorkomende complicaties zijn:

  • Infectie.
  • Verdikkingen van het bindweefsel als reactie op de siliconen.
  • Verplaatsing van de prothese.
  • Bij sommige patiënten (donkere huidskleur of donker ras) kan ook littekenhypertrofie ontstaan (dik worden van het littekentje onder de borst).

Begeleiding:

  • Het is mogelijk dat 1 begeleider meegaat op de dag van de operatie. Deze begeleidende persoon mag direct na de ingreep op de uitslaapzaal aanwezig zijn.

 

Overige informatie:

  • Trek makkelijke kleding aan. U krijgt van ons een OK-hemd aan voor de operatie.
  • Het is mogelijk kleding op te bergen in een afsluitbare kast.
  • Op de dag van de operatie mag u geen nagellak of make-up gebruiken. Het is raadzaam om sieraden thuis te laten en piercings
    indien mogelijk te verwijderen.
  • Als er bijzonderheden zijn op de dag van de operatie (bijvoorbeeld koorts), geef dit dan vooraf door aan de arts.
  • Na de operatie kunt u niet zelf terugrijden naar huis! Laat u door iemand ophalen.
BACK