Trommelvliessluiting (Myringoplastiek)

Het trommelvlies sluit de trommelholte af van de buitenwereld. Een intact trommelvlies is nodig om de geluidstrillingen door te geven aan de gehoorbeentjes en zo naar het binnenoor waar de trillingen worden omgezet in electrische signalen. Een klein gaatje in het trommelvlies geeft weinig of geen gehoorverlies en behoeft niet in alle gevallen gesloten te worden. Hoe groter het gat hoe meer gehoorverlies. Ook de plek van de perforatie maakt verschil. De oorzaak van de perforatie is meestal steeds terugkerende oorontstekingen. Soms is een klap op het oor of een harde knal de oorzaak.

Behalve gehoorverlies kan een perforatie ook aanleiding geven tot ontsteking, vaak na het zwemmen.

De reden om tot operatie over te gaan kan door beide gegeven worden: gehoorverlies of regelmatige ontstekingen. Bij kinderen wordt meestal gewacht tot het 15e – 16e levensjaar. Dan is de periode van veel voorkomende verkoudheden (draagt bij aan het mislukken van een trommelvliessluiting!) voorbij en kan het kind zelf meebeslissen over een eventuele operatie. De operatie wordt uigevoerd met behulp van een operatiemicroscoop onder narcose in dagverpleging en duurt ongeveer 45 minuten. Eerst wordt een sneetje aan de voorzijde van de gehoorgang gemaakt om beter zicht te krijgen op het trommelvlies en om wat weefsel weg te kunnen nemen waar het nieuwe trommelvlies van wordt gemaakt. Dit weefsel wordt tot een vliesje geplet en op maat geknipt. Vervolgens wordt een klein randje van het gat afgehaald, zodat het trommelvlies een beetje gaat bloeden waardoor er weer een neiging tot sluiting ontstaat. Onder de randen van het gat wordt het nieuwe trommelvlies gelegd, gesteund door gelatinebolletjes. De gelatine lost in enkele dagen op en in die tijd is het nieuwe trommelvlies vastgegroeid. De eerste drie dagen mag de patient niet de neus snuiten en moet bij eventueel niesen de mond openen zodat er geen druk op het oor ontstaat. Dit ter voorkoming van loslaten van het nieuwe trommelvlies. Na een week gaan de hechtingen eruit en na zes weken wordt er een gehoortest gedaan ter beoordeling van het gehoor.

Een myringoplastiek lukt niet altijd. Bij kleine gaatjes is het succespercentage 95. Bij grotere gaten daalt deze score. Soms is het verstandig om eerst oorzaken van een slechte tubafunctie  (scheef neustussenschot, chronische bijholteontsteking, allergie) te verhelpen om de kans op succes te vergroten.

Hoewel elke operatie risico’s kent, is de myringoplastiek een veilige ingreep. Zeer zelden zijn  er complicaties van gehoor, evenwicht of aangezichtzenuw.

BACK