Aangezichtspijn

Aangezichtspijn kan acuut of chronisch zijn. Acute aangezichtpijn wil zeggen dat de pijn acuut is ontstaan. Dit is bijvoorbeeld het geval bij tand- of kiesproblemen of bij een neusbijholte-ontsteking. Chronische aangezichtspijn is voortdurend aanwezig of komt steeds weer terug. Bij chronische aangezichtspijn worden enkele vormen onderscheiden. De belangrijkste zijn ‘typische aangezichtspijn’ en ‘atypische aangezichtspijn’. Trigeminus neuralgie is een vorm van typische aangezichtspijn.

Trigeminus Neuralgie:
Typische aangezichtspijn kan ontstaan door een prikkel of een aandoening van een hersenzenuw. Een vaak voorkomende vorm van typische aangezichtspijn is “trigeminus neuralgie”. Bij deze aandoening ontstaan hevige pijnscheuten in het deel van het gezicht dat wordt verzorgd door de aangezichtszenuw (de ‘nernus trigeminus’ ofwel drielingzenuw). De pijnscheuten voelen aan als elektrische stroomstoten en kunnen optreden in de verschillende takken van d aangezichtszenuw. De aangezichtszenuw heeft drie takken naar verschillende gebieden in het gezicht: het voorhoofd, de bovenkaak en de onderkaak. De drie takken komen samen in het ganglion Gasseri. (Ganglion betekent zenuwknoop). Pijnscheuten in de eerste tak worden gevoeld in het voorhoofd en het oog. Pijnscheuten in de tweede tak zijn voelbaar in de bovenkaak en de neus. In de derde tak veroorzaken ze pijn in de onderkaak. De tweede en derde tak zijn vaker betrokken bij trigeminus neuralgie dan de eerste tak. Een opvallend kenmerk is dat de pijn ontstaat na prikkels die normaal niet pijnlijk zijn, zoals het aanraken van de huid, eten, praten, tanden poetsen of een koude wind. De pijn is dus op te wekken. Soms verdwijnt de pijn spontaan na enkele maanden of jaren, maar komt vaak plotseling weer terug. Trigeminus neuralgie komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Het is een aandoening die vaker voorkomt vanaf het veertigste levensjaar.

Oorzaken:
Voordat een eventuele behandeling plaatsvindt, bent u meestal door de neuroloog onderzocht. Slechts in zeldzame gevallen vindt deze hierbij een oorzaak voor de trigeminus neuralgie. Sommige patiënten hebben een vaatafwijking bij de zenuwknoop waar de pijn ontstaat. Zo’n vaatafwijking bestaat uit een klein bloedvaatje dat enigszins kronkelend verloopt en daardoor tegen de zenuwknoop aandrukt. De zenuwknoop wordt hierdoor geprikkeld en geeft pijnsignalen door naar de hersenen. In uiterste zeldzame gevallen kan ook een hersentumor trigeminus neuralgie veroorzaken. Meestal wordt er echter helemaal geen oorzaal gevonden.

Behandelingsmogelijkheden:
Als de diagnose Trigeminus Neuralgie is gesteld, worden meestal eerst medicijnen voorgeschreven. Het bekendste daarvan is Carbamazepine (Tegretol). Dit medicijn wordt ook bij epilepsie gegeven. Het heeft de eigenschap dempend te werken op de activiteiten van zenuwcellen. Het dempt echter niet alleen de te grote prikkelbaarheid van de zenuwcellen in de kern van de aangezichtszenuw, maar werkt op alle zenuwen. Hierdoor ontstaan vaak bijwerkingen als sufheid, duizeligheid of futloosheid en kunnen er soms leverfunctiestoornissen optreden. Vroeger werd de aangezichtszenuw operatief (gedeeltelijk) doorgesneden. Het grote nadeel van deze methode was, dat het gezicht dan doof (vergelijkbaar met de verdoving bij de tandarts) aanvoelde, maar vooral dat na enige tijd een nieuwe onbehandelbare pijn kon ontstaan, die vaak nog erger was dan de oorspronkelijke pijn. Deze operatie wordt tegenwoordig niet meer gevoerd.
Er is ook een neurochirurgische operatie mogelijk, waarbij de aangezichtszenuw in de hersenen wordt vrijgelegd (operatie volgens Janetta). Bij deze operatie is het functieverlies van de zenuw geringer. Het betreft echter een hersenoperatie, die een langdurige ziekenhuisopname vereist en een grotere kans op complicaties heeft.
De pijnarts zal de pijnklachten behandelen door de betreffende zenuwknoop met een radiofrequente stroom te verwarmen. Hierdoor wordt de geleiding van pijnprikkels door de zenuw voor langere tijd gedeeltelijk beïnvloed en treedt in veel gevallen pijnvermindering op. In medische termen heet deze behandeling: ‘Radio Frequente stroombehandeling van het ganglion Gasseri volgens Sweet”.

De voorbereiding op de behandeling:
De behandeling vindt plaats onder lichte algehele narcose. Het is daarom noodzakelijk dat voor de behandeling nuchter dient te zijn, d.w.z.: Dat u vanaf 24.00 uur in de nacht voorafgaande aan de behandeling niet meer mag eten, drinken en roken. In overleg met de arts kunt u eventueel een licht ontbijt nemen. Indien u bloedverdunnende middelen gebruikt dient u het gebruik hiervan een aantal dagen voor de behandeling te stoppen. De arts zal dit met u bespreken. Tevens wordt u verzocht een dag van te voren bloed te laten prikken bij de trombosedienst. U wordt verzocht uw kaart van de trombosedienst mee te nemen op de dag van de behandeling. Voor de rest geldt de algemene voorbereiding die beschreven staat in de folder ‘Pijnbestrijding”. Deze heeft u bij uw eerste bezoek ontvangen.

De behandeling:
Allereerst brengt de arts u onder een lichte narcose. Daarna zal hij, via wang, een dun naaldje naar de kern van de aangezichtszenuw brengen. Met behulp van een röntgenapparaat bekijkt hij of het naaldje op de juiste plek zit. Wanneer dit het geval is, laat hij u even wakker worden en wordt er een teststroompje door de punt van de naald gezonden. De arts zal u
vragen of dit stroompje te voelen is in het gebied waar de pijn altijd zit. Op deze manier kunt u hem helpen de positie van het naaldje nogmaals te controleren. Vervolgens laat hij u weer slapen en wordt een (radiofrequente) stroom door het naaldje gezonden. Deze stroom wekt warmte op. De punt van het naaldje is voorzien van een voeler, die meet hoe hoog de temperatuur in de zenuwknop oploopt. Door nu de temperatuur juist te regelen, ontstaat er een wondje in de kern van de aangezichtszenuw en worden de prikkels die de pijn veroorzaken onderbroken. Het is niet zo dat de zenuw wordt ‘doorgebrand’. Alleen een aantal dunne vezels in de zenuw die de pijn doorgeven aan de hersenen worden onderbroken, terwijl de dikke vezels intact blijven.
Hierdoor wordt een gedeelte van de prikkels uitgeschakeld, waardoor de (hinderlijke, chronische) pijn verdwijnt, maar de zenuw zijn eigenlijke functie behoudt. Tenslotte laat de arts u weer wakker worden en test hij met een scherp naaldje of het gevoel in het gebied van de aangezichtszenuw, waar de pijn zit, iets minder scherp aanvoelt.

Duur:
Inclusief de voorbereiding en de tijd na de behandeling bent u ongeveer 2 uur in de kliniek. De behandeling zelf duurt ongeveer 20 minuten.

Na de behandeling:
Na de behandeling wordt u op de dagverpleging nog ongeveer een uur bewaakt, totdat u geen last meer heeft van eventuele nawerkingen, zoals duizeligheid, moeheid of een slap gevoel.

Napijn:
Het is belangrijk te weten, dat er na de behandeling napijn kan voorkomen, die soms brandend is, terwijl soms de oorspronkelijke trigeminus neuralgie nog één of twee weken blijven bestaan. U kunt hiervoor een pijnstiller innemen (bijv. Paracetamol volgens bijsluiter). Eventueel kunt u aan uw huisarts of behandelend pijnarts een andere pijnstiller vragen. Als u nog medicijnen gebruikt, kunt u die in overleg met uw arts langzaam afbouwen als de napijn verdwenen is. Als u na de behandeling nog een schietende pijn houdt, dient u in het algemeen de carbamazepine (Tegretol) te blijven gebruiken. Meestal kan het gebruik van carbamazepine binnnen 1 à 2 weken worden afgebouwd.

Bijwerkingen:
Sommige patiënten hebben na de behandeling een doof gevoel in het deel van het gezicht, waar voordien de pijn zat. Dit komt omdat, tijdens de behandeling, het ganglion Gasseri altijd gering beschadigd wordt. Hierdoor is het niet altijd mogelijk het gevoel volledig intact te laten. Het gaat echter niet om een volledig doof gevoel. U hoeft zich over deze bijwerkingen niet ongerust te maken. Deze bijwerkingen zijn van tijdelijke aard en zullen in de loop van enkele weken meestal vanzelf verdwijnen. Dat betekent niet dat de pijn dan ook weer optreedt.
Verlamming of een scheve mond zullen bij deze behandeling niet optreden.

Complicaties:
Alhoewel de arts de behandeling zeer zorgvuldig uitvoert, bestaat er bij elke behandeling een zeer geringe kans op complicaties, dus ook bij een Radiofrequente behandeling van het ganglion Gasseri. Uiterst zelden komen, bij het inbrengen van het naaldje via het wangslijmvlies, mondbacteriën in het hersenvocht terecht. Hierdoor kan er een hersenvliesontsteking optreden. Als dit het geval is, krijgt u binnen zes uur na de behandeling hoge koorts, hoofdpijn en nekstijfheid. U dient dan onmiddellijk uw arts te raadplegen. Er moet dan zo spoedig mogelijk begonnen worden met een antibiotica behandeling. Deze complicatie treedt echter nooit later dan zes uur na de behandeling op.

Resultaat:
Over het algemeen wordt een goed resultaat bereikt. Het is echter mogelijk dat de behandeling te “voorzichtig” uitgevoerd werd en er nog een keer iets intensiever moet morgen behandeld. Dit kan zonder problemen binnen enkele weken gedaan worden. De pijnklachten kunnen binnen een half jaar tot tien jaar terugkomen, omdat de behandelde zenuw weer aangroeit. Als de pijn terugkeert, kan de behandeling zonodig herhaald worden.

Let op!
•    Op de dag van behandeling dient u nuchter te zijn. In overleg met de pijnarts is een licht ontbijt eventueel toegestaan.
•    Als u op het moment van de behandeling zwanger bent of vermoedt dit te zijn, verzoeken we u om dit voor de behandeling te melden.
•    Als u antistollingsmiddelen (bloedverdunners) gebruikt dient u het gebruik hiervan een aantal dagen voor de behandeling te stoppen. De arts zal dit met u bespreken. Tevens zal de arts hierover contact opnemen met uw huisarts. Een dag voor de behandeling dient u bloed te laten prikken bij de trombosedienst. Ook dient u uw kaart van de trombosedienst op de dag van de behandeling mee te nemen.
•    Als u binnen zes uur na de behandeling koorts krijgt boven de 38.5 graden Celsius, neem dan onmiddellijk contact op met uw pijnarts. ’s Avonds en in het weekend dient u uw huisarts te bellen. Deze zal contact opnemen met de dienstdoende pijnarts.
•    Informeert u ons voor de behandeling over alle medicijnen die u gebruikt.
•    Na de behandeling is het onverantwoord dat u zelf actief aan het verkeer deelneemt. U dient er zelf voor te zorgen dat u onder begeleiding naar huis gaat.

Tot slot:
Als u nog vragen heeft, kunt u deze altijd met u behandelend arts bespreken.