RF stellatum
“RF stellatum” is de naam van een behandeling van een zenuwknoop in de hals. Deze zenuwknoop bevindt zich bij de zevende nekwervel en maakt deel uit van het onwillekeurige zenuwstelsel. Zenuwen die bij het onwillekeurige zenuwstelsel horen kunt u zelf niet beïnvloeden of “sturen”. Deze zenuwen regelen onder andere uw bloeddruk, het open-en dichtgaan van de bloedvaten in de weefsels en zijn ervoor verantwoordelijk dat u gaat zweten. Door de betreffende zenuwknoop te verwarmen, wordt de geleiding van pijnprikkels door de zenuw voor langere tijd gedeeltelijk geblokkeerd. Het is niet zo dat de zenuw wordt “doorgebrand”. Een aantal dunne vezels in de zenuw die de pijn doorgeven aan de hersenen worden onderbroken, terwijl de dikke vezels intact blijven. Een gedeelte van de prikkels wordt uitgeschakeld, waardoor de (hinderlijke, chronische) pijn verdwijnt, maar de zenuw zijn eigenlijke functie behoudt. Hierdoor kan de zenuw u bijvoorbeeld wel nog “waarschuwen” bij overbelasting. Deze behandeling wordt in een aantal gevallen toegepast wanneer er sprake is van zenuwpijnen in de onderkaak, nek, schouder, borst en arm. Ook wordt deze behandeling toegepast bij een complex regionaal pijnsyndroom (ook
wel bekend als post-traumatische dystrofie of sympathische reflex dystrofie) van de arm.
De voorbereiding:
Voor deze behandeling geldt de algemene voorbereiding die beschreven staat in de folder “Pijnbestrijding”. Deze folder heeft u bij uw eerste bezoek ontvangen.
De behandeling:
De huid op de plek waar de behandeling zal plaatsvinden, wordt gedesinfecteerd met jodium. Vervolgens zal de arts via de hals een dun naaldje naar de betreffende zenuwknoop brengen. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving. Met behulp van een röntgenapparaat bekijkt de arts of de naald op de juiste plek zit. Wanneer dit het geval is, worden teststroompjes door de punt van de naald gezonden. De arts zal u vragen hem te vertellen wat u voelt. Op deze manier kunt u de arts helpen de positie van de naald nogmaals te controleren. Daarna zal hij een verdovingsvloeistof inspuiten. Het is mogelijk dat dit als een trekkende pijn aanvoelt. Vervolgens wordt een (radiofrequente) stroom door de naald gezonden. Deze stroom wekt warmte of een magnetisch veld op. U zult van het toedienen van de warmte of het magnetisch veld meestal niets voelen. De punt van de naald is voorzien van een voeler, die meet hoe hoog de temperatuur in de zenuw oploopt. Door nu de temperatuur juist te regelen is het mogelijk om de prikkels die de pijn veroorzaken te onderbreken. De zenuw blijft zijn normale functie vervullen.
Duur:
Inclusief de voorbereiding en de tijd na de behandeling bent u ongeveer 2 uur in de kliniek. De behandeling zelf duurt ongeveer 15 minuten.
Na de behandeling:
Na de behandeling moet u gedurende enkele uren in de kliniek blijven, totdat u geen last meer heeft van eventuele nawerkingen. Zo is mogelijk dat u direct na de behandeling met het oog aan de kant van de behandelde lichaamszijde wat wazig ziet, of dat het ooglid wat afhangt. Ook kunt u even een hese stem hebben. Deze bijwerkingen worden veroorzaakt door de plaatselijke verdoving. Hierover hoeft u zich niet ongerust te maken. Deze bijwerkingen zijn van tijdelijke aard en zullen vanzelf verdwijnen.
Napijn:
Na de behandeling kan napijn optreden, die enkele weken kan duren. Soms wordt deze pijn ervaren als een “brok in de keel”. Tegen deze pijn kunt u eventueel een pijnstiller innemen (bijv. Paracetamol volgens bijsluiter).
Resultaat:
Het resultaat van de behandeling kan pas na enkele weken beoordeeld worden. Het is echter goed mogelijk dat u al eerder een gunstig effect bemerkt. Behalve een vermindering van de pijn treedt vaak een betere doorbloeding op, waardoor de arm aangenaam warm wordt. In een aantal gevallen is een aanvullende behandeling noodzakelijk.
Complicaties:
Alhoewel de arts zijn uiterste best zal doen complicaties te vermijden, kunnen deze zich bij elke behandeling voordoen. Dus ook bij een RF stellatum. Als zeer zeldzame complicatie kan met het naaldje het longvlies worden geraakt, waardoor een klaplong kan optreden. Een andere zeer zeldzame bijwerking is dat er een tijdelijke verlamming van de stembanden kan optreden. Dit herstelt zich vaak na enige tijd.
Let op!
• Als u op het moment van het onderzoek in verwachting bent of vermoedt dit te zijn, verzoeken we u om dit voor het onderzoek te melden.
• Als u antistollingsmiddelen (bloedverdunners) gebruikt waarvoor controle bij de trombosedienst noodzakelijk is, dient u het gebruik hiervan 2 tot 4 dagen voor de behandeling te stoppen. De arts zal u hierover informeren en contact met uw huisarts opnemen.
• Informeert u ons voor de behandeling over alle medicijnen die u gebruikt.
• Na de behandeling is het onverantwoord dat u zelf actief aan het verkeer deelneemt. U dient er zelf voor te zorgen dat u onder begeleiding naar huis gaat.
Tot slot:
Als u nog vragen heeft, kunt u deze altijd met u behandelend arts bespreken.




