RF ganglion sfenopalatinum
“RF Ganglion Sfenopalatinum”is de naam van een behandeling van een zenuwknoop die achter in de neus ligt. Door deze zenuwknoop lopen zenuwvezels die te maken kunnen hebben met bepaalde vormen van aangezichtspijn en hoofdpijn. Denk hierbij aan cluster hoofdpijn (Hortonse Neuralgie) en atypische aangezichtspijn. De meeste zenuwvezels die door deze zenuwknoop lopen, maken deel uit van het onwillekeurige zenuwstelsel kunt u zelf niet beïnvloeden of “sturen”. Ze regelen onder andere uw bloeddruk, het open-en dichtgaan van de bloedvaten in de weefsels en zijn verantwoordelijk dat u gaat zweten. Uit uw klachtenpatroon en het onderzoek is gebleken, dat deze zenuwvezels een deel van uw pijn veroorzaken. Door de betreffende zenuwknoop te verwarmen, wordt de geleiding van pijnprikkels door de zenuw voor langere tijd gedeeltelijk geblokkeerd. Het is niet zo dat de zenuw wordt “doorgebrand”. Alleen een aantal dunne vezels in de zenuw die de pijn doorgeven aan de hersenen worden onderbroken, terwijl de dikke vezels
intact blijven. Hierdoor wordt een gedeelte van de prikkels uitgeschakeld, waardoor de (hinderlijke, chronische) pijn verdwijnt, maar de zenuw zijn eigenlijke functie behoudt.
De voorbereiding:
Voor deze behandeling geldt de algemene voorbereiding die beschreven staat in de folder “Pijnbestrijding”. Deze folder heeft u bij uw eerste bezoek ontvangen.
De behandeling:
De huid op de plek waar de behandeling zal plaatsvinden (de wang), wordt gedesinfecteerd met jodium. Vervolgens zal de arts een dun naaldje naar de betreffende zenuwknoop brengen. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving. Met behulp van een röntgenapparaat bekijkt de arts of de naald op de juiste plek zit. Wanneer dit het geval is, worden teststroompjes door de punt van de naald gezonden. De arts zal u vragen hem te vertellen wat u voelt. Op deze manier kunt u de arts helpen de positie van de naald nogmaals te controleren. Daarna zal hij een verdovingsvloeistof inspuiten. Het is mogelijk dat dit als een trekkende pijn aanvoelt. Ook kunt u een bittere smaak in de mond krijgen doordat de verdovingsvloeistof in de keel loopt. Dit zijn normale verschijnselen waarover u zich niet ongerust hoeft te maken. Vervolgens wordt een (radiofrequente) stroom door de naald gezonden. Deze stroom wekt warmte op. U zult van het toedienen van de warmte meestal niets voelen. De punt van het naaldje is voorzien van een voeler, die meet hoe hoog de temperatuur in de zenuw oploopt. Door nu de temperatuur juist te regelen is het mogelijk om de prikkels die de pijn veroorzaken te onderbreken. De zenuw blijft zijn normale functie vervullen.
Duur:
Inclusief de voorbereiding en de tijd na de behandeling bent u ongeveer 2 uur in de kliniek. De behandeling zelf duurt ongeveer 15 minuten.
Na de behandeling:
Na de behandeling moet u gedurende enkele uren in de kliniek blijven, totdat u geen last meer heeft van eventuele nawerkingen, zoals duizeligheid, een slap gevoel of een bloedneus.
Napijn:
Na de behandeling kan napijn optreden, die enkele weken kan aanhouden, maar vrijwel altijd verdwijnt. U kunt hiervoor eventueel een pijnstiller innemen (bijv. Paracetamol volgens bijsluiter). Eventueel kunt u aan uw huisarts of behandelend pijnarts een andere pijnstiller vragen.
Mogelijke complicaties:
Alhoewel de arts de behandeling zeer zorgvuldig uitvoert, bestaat er bij elke behandeling een zeer geringe kans op complicaties, dus ook bij een RF Ganglion Sfenopalatinum. Als mogelijke bijwerking van de behandeling kan er tijdelijk een doof gevoel ontstaan in het gehemelte aan de behandelde kant. Ook kan er in de wang een bloeduitstorting (blauwe plek) optreden. Hierover hoeft u zich niet ongerust te maken. Deze bijwerkingen zijn van tijdelijke aard en zullen in de loop van enkele weken meestal vanzelf verdwijnen. Bij ongeveer 3% van de patiënten treedt een bloedneus op, omdat tijdens de behandeling een bloedvaatje in de neus geraakt kan worden. Meestal gaat dit vanzelf over. In sommige gevallen is het nodig dat de KNO-arts deze bloedneus moet behandelen.
Resultaat:
Het resultaat van de behandeling kan pas na enkele weken beoordeeld worden. Het is echter goed mogelijk dat u al eerder een gunstig effect op de pijnklachten bemerkt. In een aantal gevallen zal een aanvullende behandeling noodzakelijk zijn.
Let op!
• Als u op het moment van het onderzoek in verwachting bent of vermoedt dit te zijn, verzoeken we u om dit voor het onderzoek te melden.
• Als u antistollingsmiddelen (bloedverdunners) gebruikt waarvoor controle bij de trombosedienst noodzakelijk is, dient u het gebruik hiervan 2 tot 4 dagen voor de behandeling te stoppen. De arts zal u hierover informeren en contact met uw huisarts opnemen.
• Informeert u ons voor de behandeling over alle medicijnen die u gebruikt.
• Na de behandeling is het onverantwoord dat u zelf actief aan het verkeer deelneemt. U dient er zelf voor te zorgen dat u onder begeleiding naar huis gaat.
Tot slot:
Als u nog vragen heeft, kunt u deze altijd met u behandelend arts bespreken.




