RF facetdenervatie

“RF facetdenervatie” is de naam van een behandeling van een aantal zenuwtakjes. Deze bevinden zich bij de steungewrichtjes aan de achterkant van de wervelkolom. Door de betreffende zenuwtakjes te verwarmen, wordt de geleiding van pijnprikkels door de zenuwtakjes voor langere tijd gedeeltelijk geblokkeerd. Het is niet zo dat de zenuw wordt “doorgebrand”. Een aantal dunne vezels in de zenuw worden onderbroken, terwijl de dikke vezels intact blijven. Een gedeelte van de prikkels wordt uitgeschakeld, waardoor in veel gevallen de (hinderlijke, chronische) pijn verdwijnt, maar de zenuw zijn eigenlijke functie behoudt. Hierdoor kan de zenuw u bijvoorbeeld wel nog “waarschuwen” bij overbelasting. De behandeling kan plaatsvinden ter hoogte van de nek, borstkas of lage rug. Deze behandeling wordt in een aantal gevallen toegepast wanneer er sprake is van zenuwpijnen die uitstralen vanuit de wervelkolom.

De voorbereiding:
Voor deze behandeling geldt de algemene voorbereiding die beschreven staat in de folder “Pijnbestrijding”. Deze folder heeft u bij uw eerste bezoek ontvangen.

De behandeling:
De huid op de plek waar de behandeling zal plaatsvinden, wordt gedesinfecteerd met jodium. Vervolgens zal de arts meerdere dunne naaldjes naar de betreffende zenuwtakken brengen. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving. Met behulp van een röntgenapparaat bekijkt de arts of de naaldjes op de juiste plek zitten. Wanneer dit het geval is, worden teststroompjes door de punt van de naald gezonden. De arts zal u vragen hem te vertellen wat u voelt. Op deze manier kunt u de arts helpen de positie van de naaldjes nogmaals te controleren. Daarna zal hij een verdovingsvloeistof inspuiten. Het is mogelijk dat dit als een trekkende pijn aanvoelt. Vervolgens wordt een (radiofrequente) stroom door de naaldjes gezonden. Deze stroom wekt warmte of een magnetisch veld op. U zult van het toedienen van de warmte of het magnetisch veld meestal niets voelen. De punten van de naaldjes zijn voorzien van een voeler, die meet hoe hoog de temperatuur in de zenuw oploopt. Door nu de temperatuur juist te regelen is het mogelijk om de prikkels die de pijn veroorzaken te onderbreken. De zenuw blijft zijn normale functie vervullen.

Duur:
Inclusief de voorbereiding en de tijd na de behandeling bent u ongeveer 2 uur in de kliniek. De behandeling zelf duurt ongeveer 15 minuten.

Na de behandeling:
Na de behandeling moet u gedurende enkele uren in de kliniek blijven, totdat u geen last meer heeft van eventuele nawerkingen, zoals duizeligheid of een tijdelijk slap gevoel.

Napijn:
Na de behandeling kan napijn optreden, die enkele weken kan duren, maar vrijwel altijd verdwijnt. U kunt hiervoor eventueel een pijnstiller innemen (bijv. Paracetamol volgens bijsluiter). Zonodig kan in overleg met u behandelend arts of huisarts een andere pijnstiller worden voorgeschreven.

Bijwerkingen:
Als mogelijke bijwerking van deze behandeling kan er tijdelijk een gevoelsvermindering optreden in de huid in de buurt van de behandelde steungewrichten. Hierover hoeft u zich niet ongerust te maken. Dit is van tijdelijke aard en zal meestal in de loop van enkele weken vanzelf verdwijnen.

Resultaat:
Het resultaat van de behandeling kan pas na twee of drie maanden goed beoordeeld worden. Het is goed mogelijk dat u al eerder een gunstig effect bemerkt. In een aantal gevallen zal een aanvullende behandeling nodig zijn.

Let op!
•    Als u op het moment van het onderzoek in verwachting bent of vermoedt dit te zijn, verzoeken we u om dit voor het onderzoek te melden.
•    Als u antistollingsmiddelen (bloedverdunners) gebruikt waarvoor controle bij de trombosedienst noodzakelijk is, dient u het gebruik hiervan 2 tot 4 dagen voor de behandeling te stoppen. De arts zal u hierover informeren en contact met uw huisarts opnemen.
•    Informeert u ons voor de behandeling over alle medicijnen die u gebruikt.
•    Na de behandeling is het onverantwoord dat u zelf actief aan het verkeer deelneemt. U dient er zelf voor te zorgen dat u onder begeleiding naar huis gaat.

Tot slot:
Als u nog vragen heeft, kunt u deze altijd met u behandelend arts bespreken.