Neus- en keelamandelen bij kinderen (Adenotonsillectomie)

Neus- en keelamandelen spelen een rol bij de afweer. Zij zijn een onderdeel van een hele “ring” van zogenaamd lymphoid weefsel waar verder de tongamandelen en het verspreid voorkomend lymphoide weefsel in het slijmvlies van de neus- en keelholte deel van uitmaakt.

Om die reden is het begrijpelijk dat een kind geen nadeel zal ondervinden van het verwijderen van de amandelen, behalve dan de hinder die de operatie met zich brengt.

De “ring van Waldeyer” is het meest actief op de leeftijd van 4 jaar. Bij kinderen vanaf de leeftijd van ongeveer een jaar kunnen de neus- en keelamandelen klachten gaan geven. Als een kind last krijgt van voortdurende verkoudheid, snurken en open-mondademhaling en/of als een kind regelmatig oorontsteking heeft of langdurig (6 weken tot drie maanden) vocht achter de trommelvliezen als oorzaak van slecht horen, dan wordt aangeraden de neusamandel –ook wel “poliep” of “adenoid” of “derde amandel”genoemd-  te verwijderen. Bij oudere kinderen kan een klachtenpatroon ontstaan van steeds terugkerende keelontstekingen (koorts, ziek zijn, keelpijn) of chronische klachten bestaande uit hangerigheid, niet eten, vieze adem tot gewichtsverlies toe. In dat geval is het aangewezen de keelamandelen te verwijderen. Als bij kinderen de keelamandelen verwijderd worden, wordt altijd ook de neusamandel verwijderd.

Als besloten is de neusamandel of de neus- en keelamandelen te verwijderen, dan komt het kind s’ochtend vroeg, nuchter naar de kliniek. De verdoving vindt plaats met een kapje op de neus en mond. Hierbij is een van de ouders aanwezig. Als het kind slaapt gaat de ouder alvast naar de uitslaapruimte. Tien tot twintig minuten later krijgen de ouders het kind weer terug om samen de eerste uren bij te komen van de operatie. Als alleen de neusamandel is verwijderd heeft het kind nauwelijks pijn. Na verwijderen van keelamandelen is er meestal wel een behoorlijke pijn. Deze kan worden bestreden met zetpillen paracetamol en koud drinken en waterijsjes. Na enkele uren observatie kan het kind mee naar huis. Het is belangrijk de eerste dagen goed te blijven drinken. In één op de vijftig gevallen doet zich een nabloeding voor. Deze wordt meestal in de eerste uren opgemerkt. Het is zeer zeldzaam dat er thuisgekomen zich nog een nabloeding voordoet. Als er een nabloeding is dan is er altijd tijd genoeg om de kliniek of een ziekenhuis te bereiken en dan moet er opnieuw geopereerd worden. Kinderen herstellen snel van een amandeloperatie. Meestal is het kind met een dag weer op de been. Controle is meestal niet nodig. Alleen als de reden van het verwijderen van de amandelen werd ingegeven door vocht achter de trommelvliezen, dan is controle na 6 weken nodig.