Tandheelkundige implantaten

Implantaten: Indicaties en behandeling
Vooral de volledig tandeloze (edentate) patiënten met meestal geslonken kaken komen in aanmerking voor een behandeling met implantaten als zij problemen ondervinden met het houvast van de gebitsprothese of als het dragen ervan pijn doet. In dergelijke gevallen kunnen tandwortelimplantaten een oplossing zijn. Door het toenemende slinken van de kaken wordt het houvast van kunstgebit in de loop der jaren steeds minder. Juist deze groep patiënten heeft baat bij het plaatsen van tandwortelimplantaten. Vaak gaan de tanden en kiezen in de bovenkaak eerder verloren dan de gebitselementen in de onderkaak. Wanneer alleen een bovenprothese wordt gedragen, bij nog natuurlijke tanden en kiezen in de onderkaak, treedt versneld botverlies op van de tandeloze bovenkaak. Ook bestaat er een groep patiënten die een versterkte kokhalsneiging vertonen en geen grote verhemelte plaat kunnen verdragen.  Bij verlies van een boventand ligt de nadruk natuurlijk vooral op het herstel van de esthetiek. Juist bij de vervanging van voortanden is het belangrijk dat er voldoende kaakbot bestaat. In eerste instantie natuurlijk voor het houvast van het implantaat, maar vooral ook om een mooi eindresultaat te garanderen. Wordt, ondanks een tekort aan kaakbot, er een implantaat geplaatst dan bestaat het risico dat de kroon te lang of dat de rand van het implantaat in de loop van de tijd zichtbaar wordt. Dit geeft uiteraard een lelijk uiterlijk. Mis je nu alle tanden en kiezen en draag je een kunstgebit, dan is het niet nodig om alle tanden en kiezen te vervangen door tandwortelimplantaten en kronen. Op 2 of 4 implantaten in de onderkaak en 4 of 6 implantaten in de bovenkaak is een klikmechanisme mogelijk, waarop je het kunstgebit vast kunt klikken. In de tandeloze onderkaak wordt vaak voor een constructie gekozen, waarbij in het hoektand gebied beiderzijds een implantaat wordt aangebracht die door middel van een ronde gouden staaf met elkaar worden verbonden. Ook kun je op de implantaten drukknoppen plaatsen. Heeft u een frameprothese en ervaart u problemen met het houvast of doet het dragen ervan pijn, dan kunnen implantaten een oplossing zijn. Een frame is een uitneembare gedeeltelijke prothese en wordt gemaakt van chroomkobalt. Dit is een zeer lichte en flexibele metaallegering. Het frame wordt individueel vervaardigd en zodanig ontworpen dat de kauwkrachten worden overgebracht op de nog aanwezige eigen tanden of kiezen. Hierbij wordt de schadelijke belasting van de slijmvliezen zoveel mogelijk voorkomen. Een frameprothese wordt vooral toegepast in situaties waarbij meerdere eigen tanden en kiezen ontbreken. Hierdoor is het een minder kostbare oplossing dan een vaste voorziening. Hoewel het frame afsteunt op de bestaande tanden of kiezen, komt het toch vaak voor dat het frame instabiel is. Door nu steunpunten (drukknopjes) aan te bieden aan het frame, wordt kantelen tijdens eten en praten voorkomen.

Waardoor verdwijnt het kaakbot?
Tanden en kiezen zitten vast verankerd in het kaakbot. Na het trekken heeft het kaakbot rondom de tand of kies geen functie meer. In het natuurlijk gebit worden kauwkrachten op tanden of kiezen via vezels rondom de wortel (het parodontium) op het bot overgebracht. Hierbij functioneren deze vezels als een hangmat, waardoor er voornamelijk trekkrachten op het bot worden uitgeoefend. In het geval van kunstgebit is dit heel anders. Het kaakbot wordt hierbij door druk belast. Omdat de fysiologische prikkel tot instandhouding van het bot is verdwenen, verdwijnt het kaakbot in de loop van de jaren (inactiviteitsatrofie). Ook algemene factoren, zoals hormonale veranderingen (osteoporose), gewijzigde eetgewoonten, vaatziekten en ontstekingsprocessen bevorderen het verlies van bot.  Is aanvankelijk het botverlies nog op te vangen door het kunstgebit aan te passen of te vernieuwen, op de lange duur is er zo weinig van de kaak over dat een goed functioneren van het kunstgebit onmogelijk is. De prothese verschuift bij de minste of geringste beweging en klachten over loszitten en pijn treden op. Door het verlies van kaakbot treedt ook een verandering van het gelaat op; er ontstaat een ingevallen mondpartij en de kin komt hierbij meer naar voren. Ook de motoriek van het gelaat verandert. Door gebrek aan ondersteuning en een verminderde activiteit verliezen de aangezichtsspieren op den duur hun spanning. Door dit alles treedt bij prothesedragers een versnelde veroudering van het gelaat op. Door een ongeval kan bijvoorbeeld een tand uit de kaak geslagen worden. Vaak gaat dan ook een deel van de tandkas (het gedeelte van het kaakbot, waar de tand in is verankerd) verloren! Ook door ontstekingen aan de wortelpunt kan kaakbot verdwijnen. Tevens kan een kaakchirurgische behandeling, zoals een apexresectie (het weghalen van een ontstoken wortelpunt), tot verlies van kaakbot leiden. Indien een tand verloren is gegaan, wordt meestal gekozen voor een uitneembaar plaatje. Langdurig dragen van zo’n prothetische voorziening leidt tot ongunstige druk op het kaakbot, zodat ook dan weer botverlies ontstaat.

Wat zijn tandwortel implantaten?
Ruim vijfendertig jaar geleden zijn tandheelkundige implantaten voor het eerst toegepast. Tandwortel implantaten zijn schroef- of cilindervormige kunstwortels, die geplaatst worden in de boven- of onderkaak ter vervanging van één of meerdere gebitselementen, die verloren zijn gegaan. Een tandwortelimplantaat wordt meestal vervaardigd uit titanium, een materiaal dat goed geaccepteerd wordt door het lichaam. Het is hol van binnen. Hierdoor kun je er van alles nog opschroeven. Op een implantaat kan een kroon, een brug of een staafje of knopjes worden gemonteerd waarop een kunstgebit vast klikt. Als er één enkele tand moet worden vervangen, dan kan op het implantaat een kroon geplaatst worden (een kroon is een in kleur en op maat vervaardigde porseleinen huls). Implantaten zijn er van diverse lengtes en doorsneden. De behandelaar maakt een keuze onder andere gebaseerd op de vorm van de kaak en de te vervaardigen kroon of prothese.

Wanneer worden implantaten gebruikt?
Als de eigen tanden en kiezen inclusief de wortel niet (meer) aanwezig zijn, kan gedacht worden aan het toepassen van implantaten. Enkele voorbeelden zijn: na een ongeval, na ontstekingen, een loszittend gedeeltelijk of volledig kunstgebit. Samen met uw behandelaar moet u overleggen of implantaten een goede oplossing voor u zijn. Of het plaatsen van implantaten mogelijk is hangt af van een aantal factoren. Soms is de kaak niet hoog of breed genoeg om implantaten te kunnen plaatsen. Dit kan in de meeste gevallen worden beoordeeld aan de hand van röntgenfoto’s en een scan. Als blijkt dat de kaak te laag of te smal is om implantaten te kunnen plaatsen, kan er een extra operatie nodig zijn om de kaak te verhogen of verbreden. Bij een matige gezondheid kan het onverstandig zijn om een chirurgische ingreep te ondergaan. Deze en andere aspecten komen tijdens een eerste gesprek uitgebreid aan de orde.

Hoe wordt een bottransplantaat aangebracht?
Om een tandwortelimplantaat te plaatsen heb je natuurlijk wel voldoende kaakbot nodig. Er zijn diverse chirurgische technieken ontwikkeld om voldoende botvolume te creëren. Bot kan vanuit de mondholte geoogst worden, zoals aan de zijkant van de onderkaak, de kinregio of ook achterin de mond ter hoogte van het gebied waar een verstandskies zit of gezeten heeft. Dit kaakbottransplantaat wordt met behulp van een titanium schroefje vastgezet. Soms wordt ter bescherming van het geheel een membraan aangebracht. Tijdens het plaatsen van het tandwortelimplantaat wordt het schroefje weer verwijderd.

Een speciale methode om bot in de bovenkaak toe te voegen is de sinusbodem elevatie techniek. Hierbij wordt er ter hoogte van de neusbijholte aan de zijkant van de bovenkaak een luikje geprepareerd. Dit luikje wordt met het neusslijmvlies naar binnen toe geklapt, zodat er een holte ontstaat waarin botgeplaatst kan worden. Door deze procedure ontstaat voldoende botbasis om in tweede instantie implantaten te plaatsen.

Wanneer echter veel bot nodig is, dan wordt vaak gekozen voor bot uit de bekkenkam (de heup). U blijft voor deze laatste operatie enkele dagen opgenomen in het ziekenhuis. Na de operatie is een aantal dagen het gezicht gezwollen. Soms is er een bloeduitstorting. Het lopen en het belasten van de heup waaruit het bot is weggehaald, kost de eerste dagen moeite en is pijnlijk. Na enkele weken verdwijnen deze klachten weer. Het bottransplantaat heeft tijd nodig om goed met de kaak te vergroeien. Daarom wordt na de operatie 2 tot 4 maanden gewacht met het plaatsen van de implantaten. De oude gebitsprothese past na de operatie niet meer. De tandarts kan dan een tijdelijke noodprothese voor maken.

Meestal wordt er 3 tot 5 maanden gewacht, voordat het tandwortelimplantaat geplaatst wordt. Dit is de periode dat het aangebrachte bot wordt omgebouwd in stevig kaakbot. Soms wordt in plaats van lichaamseigen bot gebruik gemaakt van kunstbot. Afhankelijk van de locale uitgangssituatie moet beoordeeld worden of alleen gewerkt kan worden met kunstbot, of dat gekozen wordt voor lichaamseigen bot. Bij grote kaakdefecten, wanneer bijvoorbeeld 3 of meer tanden verloren zijn gegaan, wordt vaak gekozen voor bot uit de bekkenkam.

Hoe gaat het plaatsen van implantaten in zijn werk?
Implantaten worden in plaatselijke verdoving aangebracht. Meestal worden 2, 4 of 6 implantaten geplaatst. Soms wordt 1 uur voor de ingreep al medicijnen gegeven of voorgeschreven. Dit kan zijn een spoelmiddel, pijnstilling of antibiotica. Er wordt een opening gemaakt in het tandvlees, zodat de kaakchirurg bij het bot kan komen. Vaak is het nodig dat het bot vooraf wordt glad gemaakt. Daarna wordt de plaats bepaald waar de implantaten moeten komen. Vervolgens wordt met diverse boortjes een schacht gemaakt in het bot. In bijzondere gevallen is hiervoor een chirurgische mal nodig op geleide waarvan exact de plaats en richting van de implantaten worden bepaald. Het implantaat kan daarna ingezet worden, meestal wordt het geschroefd en soms getikt. Daarna wordt de wond gehecht. Meestal zult u een recept voor een spoelmiddel en pijnstilling mee krijgen. Afhankelijk van het soort implantaat dat gebruikt wordt en de plaats waar het implantaat geplaatst wordt, zijn de implantaten direct zichtbaar in de mond (één-fase implantaat). Meestal zijn de implantaten volledig door tandvlees bedekt (twee-fase implantaat). In deze gevallen is een tweede ingreep nodig om de implantaten vrij te leggen of zichtbaar te maken.

Hoe verloopt de genezing?
De eerste dagen zult u zwelling van het wondgebied krijgen. Ook zult u napijn krijgen; hiervoor kunt u de pijnstiller gebruiken die de kaakchirurg u voorgeschreven heeft. Het is belangrijk dat u de mond en ook het wondgebied goed reinigt. U kunt gewoon tandenpoetsen, een beetje voorzichtig bij de wond. Het spoelmiddel moet ook gebruikt worden. Meestal zult u een controle afspraak hebben gekregen 1 tot 3 weken na de behandeling. Soms kan de prothese of plaatje een aantal dagen of weken niet gedragen worden. Dit kan uw behandelaar u vertellen voor de behandeling. Het implantaat dient nu vast te groeien in de kaak. Dit kan 6 weken of soms zelfs 6 maanden duren. Deze periode wordt door uw behandelaar bepaalt en is onder andere afhankelijk van de kwaliteit van het bot. Na deze periode kan de kroon, brug of prothese worden gemaakt.

Hoe succesvol zijn implantaten?
Indien voldoende bot van goede kwaliteit aanwezig is, zijn implantaten met name in de onderkaak succesvol in meer dan 95% van de gevallen. Indien onvoldoende bot aanwezig is en er daarom bot aangebracht dient te worden is het succespercentage geringer. Het is tevens gebleken dat bij rokers het succespercentage beduidend minder is.

Nabezwaren en risico’s
De behandeling zelf is misschien oncomfortabel, maar niet pijnlijk. De nabezwaren zijn meestal beperkt en duren enkele dagen, maximaal een week. Ze kunnen bestaan uit een pijnlijk wondgebied in de mond, enige zwelling, eventueel een bloeduitstorting. Soms verandert het gevoel in de lip of kin. Meestal is dit van tijdelijke aard, maar in uitzonderlijke gevallen is het blijvend. U kunt na de ingreep eventueel de voorgeschreven pijnstillers gebruiken.

Wanneer kan het implantaat belast worden?
Voordat de implantaten kunnen worden belast, dienen ze eerst voldoende te zijn vastgegroeid. Afhankelijk van de kwaliteit van het bot wordt hiervoor een periode aangehouden van 3 maanden in de onderkaak tot wel 6 maanden in de bovenkaak.

Wanneer wordt de nieuwe gebitsprothese gemaakt?
Draagt u een tijdelijke plaatprothese ter vervanging van een voortand, dan kan de behandelaar het plaatje zodanig aanpassen, dat het na een paar dagen weer gedragen kan worden. Belangrijk is natuurlijk dat het kaakbot de gelegenheid krijgt te vergroeien met het implantaat. Te veel druk verstoort dit proces van heling! Na het plaatsen van de implantaten moet de prothese een aantal dagen uitgelaten worden. Hierna wordt het kunstgebit tijdelijk aangepast. De bovenprothese kan dan beperkt gebruikt en gedragen worden. U dient de bestaande prothese in ieder geval ’s nachts uit te laten! De nieuwe prothese kan pas worden gemaakt, nadat de implantaten voldoende zijn vastgegroeid. Afhankelijk van de kwaliteit van het bot wordt hiervoor een periode aangehouden van enkele tot soms 6 maanden.

Prognose en nazorg

Geen enkele medische ingreep, en dat geldt dus ook voor een behandeling met implantaten, is helemaal zonder risico. Gelukkig is de prognose van een behandeling met implantaten doorgaans goed te noemen. In een beperkt aantal gevallen groeit een implantaat echter niet goed vast of komt na verloop van tijd los. Het implantaat moet dan worden verwijderd. De levensduur van implantaten is o.a. afhankelijk van de hoeveelheid, het soort kaakbot, de grootte van de kauwkrachten en de mondhygiëne. Bovendien blijkt dat roken niet alleen slecht is voor uw gezondheid, maar ook voor de levensduur van implantaten. De prothese, het frame en  de implantaten moeten regelmatig worden gecontroleerd. Het klikgebit zit niet muurvast in de mond; het is uitneembaar en dient twee keer per dag goed schoon gemaakt te worden.