Behandeling van spataderen met foam echosclerose

De spatader wordt met de duplex opgespoord. Dan krijgt u de injectie met schuim in de spatader gespoten. Het middel dat ingespoten is wordt in het bloedvat een schuimvloeistof, gemaakt door Aetoxysclerol vermengd met lucht. Dit middel beschadigt de ‘binnenbekleding’ van de spatader. Er ontstaat als het ware een soort schaafwond aan de binnenkant van het bloedvat. De wanden verkleven waardoor de spatader dicht gaat zitten. Het is niet nodig om verdoving te geven voor deze behandeling. De ingreep duurt ongeveer 10 minuten.

Risico’s:

De behandeling kan de volgende risico’s met zich meebrengen:

Allergische reactie

U wordt behandeld met injecties met een medicijn gemaakt van Aetoxysclerol en lucht. Dit middel kan enkele reacties veroorzaken. Dit is meestal niet ernstig. Toch vragen wij u, als u allergisch bent voor deze medicatie, dit aan uw behandelende arts te melden.

Injectie van Aetoxysclerol buiten de spatader

Het is mogelijk dat de injectie niet in de spatader gegeven wordt, waardoor weefsel rondom het bloedvat beschadigd wordt. Dit herstelt vanzelf. Het risico is minimaal omdat tijdens het geven van de injectie de hele procedure wordt gevolgd met de duplex. Daardoor is het voor de arts mogelijk exact te zien waar er ingespoten wordt.

Ontsteking van de spatader

Door irritatie van het bloedvat door de behandeling kan er een ontsteking (pijnlijke, rode, warme plek) van de ader en het omgevende weefsel ontstaan. Dit zal vanzelf restloos genezen

Trombosebeen

In minder dan 1% van de gevallen bestaat er kans dat een dieper gelegen vat dicht plakt. Dat noemen we dan een trombosebeen. In uitzonderlijke gevallen kan hier een longembolie het gevolg zijn. Voor een trombosebeen of longembolie zal behandeling met ontstollende middelen nodig zijn. Alle andere behandelingen van spataders kennen eveneens het risico van een trombosebeen. Dit is dus niet iets specifieks voor de foambehandeling.